Telefoon
Bel ons op +31 73 23 40 878
BelDe meest tastbare vorm van energiezekerheid is de vraag: wat gebeurt er als de stroom uitvalt? Voor veel bedrijven is dat geen theoretische vraag. Een plotselinge spanningsdip of korte uitval legt productielijnen stil, zet laadpleinen op slot en onderbreekt geautomatiseerde processen. Dat veroorzaakt kettingreacties: PLC’s en robots moeten opnieuw worden opgestart, batches raken buiten specificatie, halffabricaten worden afval, personeel wacht, planners gooien roosters om en transportafspraken schuiven door. De directe schade loopt snel op in productieverlies per uur, maar de indirecte schade (boetes voor niet-leveren, kwaliteitsclaims, reputatieschade) is vaak groter.
Waarom gebeurt dit? Het net bereikt steeds vaker zijn grenzen op piekmomenten. In de winter piekt de afname vooral tussen 16:00 en 21:00 uur; in de zomer ontstaat juist een terugleveringspiek door grote volumes zonne-energie rond het middaguur. Oudere wijken met hoge warmtevraag en gebieden met veel gelijktijdig verbruik of opwek zijn extra kwetsbaar. Netbeheerder Enexis waarschuwde recent dat wijken in onder meer Tilburg-Noord, Den Bosch-Noord, Etten-Leur, Uden en Ommen tijdelijk zonder stroom kunnen komen te zitten. Volgens de woordvoerder ontstaat overbelasting vooral op de drukste uren; in de winter door hogere vraag, in de zomer door massale teruglevering van PV. Bron: Brabants Dagblad – Enexis sluit niet uit dat wijken in het donker komen te zitten.
Dit is precies het domein van operationele energiezekerheid: zorgen dat processen blijven draaien wanneer het openbare net hapert.
De tweede dimensie van energiezekerheid gaat over toekomst: de mogelijkheid om te blijven groeien binnen de beperkingen van het elektriciteitsnet. Veel bedrijven ontdekken pas bij een uitbreidingsplan hoe krap het net in werkelijkheid is. Een extra productielijn, een nieuw vrieshuis of een laadplein voor elektrische vrachtwagens kan niet zomaar worden aangesloten. Steeds vaker krijgen ondernemers van de netbeheerder te horen dat er “voorlopig geen capaciteit beschikbaar” is – met wachttijden die kunnen oplopen tot drie jaar of langer.
De gevolgen zijn groot. Productieplannen schuiven op, contracten met klanten of vervoerders moeten worden herzien en duurzame investeringen – zoals de elektrificatie van wagenparken of warmtetransitie – komen tot stilstand. Zelfs wanneer er wél capaciteit is, moeten bedrijven rekening houden met beperkingen in het moment van gebruik: het gecontracteerd vermogen mag niet overschreden worden, ook niet tijdelijk. Daardoor wordt groei niet alleen een kwestie van ambitie, maar van netruimte.
Strategische energiezekerheid betekent vooruit kunnen plannen zonder afhankelijk te zijn van het tempo van netverzwaring. Het vraagt om inzicht in je eigen verbruiksprofiel, om flexibiliteit in de energievraag en om het vermogen om pieken af te vlakken. Bedrijven die daarin investeren, kunnen hun uitbreidingen doorzetten ondanks netcongestie.
In de praktijk betekent dat dat je meer doet met dezelfde aansluiting. Door bijvoorbeeld verbruik te verschuiven naar dalmomenten, of door tijdelijke pieken op te vangen met lokale energieopslag, ontstaat extra ruimte binnen het bestaande contract. Een Energy Management System (EMS) helpt daarbij door continu te voorspellen, te sturen en te optimaliseren.
Strategische energiezekerheid gaat dus niet over techniek alleen, maar over wendbaarheid. Het stelt bedrijven in staat hun groeiplannen door te zetten, ook wanneer het net ‘nee’ zegt – en daarmee behouden ze grip op hun eigen ontwikkeltempo in plaats van afhankelijk te zijn van de agenda van de netbeheerder.
Contractuele energiezekerheid gaat over het behouden van het vermogen dat je al hebt gecontracteerd. Dat wordt steeds belangrijker nu de ACM werkt aan de invoering van de Use It or Lose It-regel (UIOLI). Deze regel is bedoeld om het elektriciteitsnet efficiënter te benutten: wanneer een grootverbruiker langdurig een aanzienlijk deel van zijn gecontracteerde vermogen niet gebruikt, kan de netbeheerder dit verlagen en opnieuw toewijzen aan een andere partij.
In de praktijk betekent dit dat stilstaande capaciteit niet langer onbeperkt behouden kan blijven. Een datacenter dat bijvoorbeeld 50 MW heeft gecontracteerd maar in twee jaar tijd nooit boven de 60 procent uitkomt, kan zijn aansluiting zien worden bijgesteld. Ook een logistiek bedrijf dat 1 MW heeft gecontracteerd maar structureel slechts 0,6 MW benut, loopt dat risico als er geen aantoonbaar groeiplan is. Daarmee verdwijnt niet alleen ruimte voor uitbreiding, maar ook flexibiliteit om pieken op te vangen of nieuwe processen te starten.
De ACM noemt als richtlijn dat bij structurele benutting onder ongeveer 75 procent van het gecontracteerde vermogen, gedurende een periode van circa twee jaar, herverdeling in beeld kan komen. Bij 90 procent benutting ligt ingrijpen niet voor de hand. Het gaat dus niet om tijdelijke schommelingen, maar om structureel lage benutting zonder zicht op groei. Een kortstondige “aanraking” van vermogen – bijvoorbeeld door even een batterij te activeren – telt niet als structureel gebruik.
Voor bedrijven betekent dit dat contractuele energiezekerheid niet vanzelfsprekend is. Ze moeten aantonen dat het gecontracteerde vermogen terecht wordt behouden. Dat vraagt om actief energiemanagement en een duidelijke onderbouwing richting de netbeheerder.
Wat bedrijven nu al kunnen doen om UIOLI-risico te beperken:
Contractuele energiezekerheid gaat dus verder dan het hebben van een contract: het vraagt om inzicht, onderbouwing en strategisch vooruitdenken. Bedrijven die hun benutting en groeiverwachting aantoonbaar kunnen maken, behouden hun capaciteit. Wie dat niet doet, loopt het risico dat de netbeheerder de aansluiting aanpast – en daarmee letterlijk vermogen verliest.
De energietransitie brengt kansen, maar ook nieuwe afhankelijkheden met zich mee. Waar energie vroeger een vanzelfsprekend product was, is het vandaag een strategische factor geworden. Bedrijven moeten niet alleen duurzaam produceren, maar ook zeker weten dat ze kunnen blijven draaien, kunnen groeien en hun contractuele rechten behouden.
Operationele energiezekerheid draait om continuïteit: blijven produceren wanneer het net hapert. Strategische energiezekerheid gaat over wendbaarheid: kunnen uitbreiden zonder te wachten op netverzwaring. En contractuele energiezekerheid beschermt de basis: het vermogen behouden dat je al hebt, door het aantoonbaar te benutten.
Samen vormen deze drie lagen het fundament onder een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Bedrijven die hier vandaag op inspelen, creëren een voorsprong: ze zijn minder afhankelijk van het net, houden grip op hun investeringen en kunnen duurzaam groeien op eigen tempo.
Bij Watts In Store helpen we ondernemers om die zekerheid te bouwen. Met slimme opslag, software en sturing zorgen we dat energie geen beperking is, maar een krachtig onderdeel van je bedrijfsstrategie. Want in een volle energiemarkt wint niet wie het meeste vermogen heeft, maar wie het meest zeker is van zijn vermogen.
Heb je vragen over onze producten, diensten of wil je gewoon meer weten over wie we zijn en wat we doen? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen! Ons vriendelijke en deskundige team staat klaar om al je vragen te beantwoorden en je te voorzien van de informatie die je nodig hebt.